"We beginnen met een schone lei zodat ik zelf kan zien wat er speelt”, zei de leerkracht bij de start van het nieuwe schooljaar, Nova was op dat moment allang gezien. Op de opvang noemden ze haar de "vlotte, pienter dame”. In groep 1 zei een andere leerkracht uit zichzelf: "Dat is een hele slimme dame, daar krijgen we nog wel wat mee te stellen." Twee losse waarnemingen, van twee verschillende volwassenen, ruim voor het schooljaar goed en wel begonnen was. De voorsprong was er al. Vastgelegd werd hij nog niet.
Herkenning bleek niet vanzelf te leiden tot een aanpak. Eind groep 1 gaf Nova aan school saai te vinden, en deed ze zich weleens ziek voor om naar huis te mogen. Halverwege groep 2 liep de spanning verder op: paniekaanvallen, bijten in haar eigen armen, en boosheid die pas na schooltijd naar buiten kwam. Voor haar ouders was dit het moment waarop duidelijk werd dat wat eerder als een pluspunt was benoemd, zonder opvolging, was uitgegroeid tot een probleem waar niemand meer omheen kon.
Er kwam een ondersteuningsplan nadat de intern begeleider stellig had gezegd: "Het zou zomaar kunnen dat dit een hoogbegaafd meisje is.” De uitvoering liep vertraging op. Een toets die nog moest gebeuren. Een weekplanning die soms later klaar was dan afgesproken. De school gaf aan dat de tijd ontbrak om dit sneller te organiseren, wat in een volle klas met meerdere zorgvragen niet ondenkbaar is. Nova's ouders vulden het intussen zelf aan, met twee keer per week eigen pluswerk thuis.
Bij één leerkracht vond Nova wel meteen aansluiting. Haar eigen woorden: "Jij snapt mij en jij ziet wat ik nodig heb.” Onderzoek naar leerkrachtoordelen laat zien hoe sterk die inschatting van kind tot kind, en van leerkracht tot leerkracht, uiteen kan lopen (Baudson, 2016). De ene leerkracht herkent een hoogbegaafde leerling in een verveelde blik tijdens de kring, de andere ziet vooral een kind dat zich niet aan de beurt houdt. Bij Nova lag het verschil niet aan haarzelf. Het lag aan wie er voor de klas stond.
Nova gaf aan dat ze zich niet serieus genomen voelde als afspraken niet werden nagekomen, en kreeg daar buikpijn van. Haar ouders maakten filmpjes om te laten zien wat ze al kon. Ze dachten voortdurend vooruit, want als school geen uitdaging bood, moesten zij dat zelf regelen. Onderzoek van Renati en collega's (2017) laat zien dat ouders van hoogbegaafde kinderen meer stress ervaren wanneer school te weinig kennis heeft over wat hun kind nodig heeft. Precies dat overkwam Nova's ouders, week in, week uit.
Mila, Nova's jongere zusje, vraagt op haar derde dagelijks of ze naar de grote school mag. Ze noemt maanden achter elkaar op, en geeft antwoord op de rekensommen van haar zus. Op de opvang werd de vragenlijst voor 2 jaar 9 maanden bij haar afgenomen. De pedagogisch medewerker zei zelf: "Als ik die van 3 jaar 9 maanden doe, scoort ze ook.” Die vragenlijst is er nooit gekomen. Mila's ouders durven het amper aan te kaarten, uit angst om te worden gezien als "die zeurende ouder”.
Dit is één gezin, met een eigen geschiedenis en een eigen school. Andere gezinnen maken heel andere dingen mee, en er zijn leerkrachten die het patroon juist doorbreken, zoals bij de leerkracht die Nova wel meteen zag. Structurele differentiatie voor cognitief sterke leerlingen staat in de praktijk vaak onder druk door tijdgebrek en een hoge zorglast in de groep (Van Tassel-Baska, 2018; Subotnik et al., 2021). Dat verklaart een deel van wat hier gebeurde. Treurig genoeg maakt dat de impact op Nova en haar gezin niet kleiner.
Wat Nova en Mila nodig hadden, bestond al voor ze op school kwamen: iemand die het zag. Wat ontbrak, was een vorm om die waarneming vast te leggen en door te geven aan de volgende leerkracht, het volgende schooljaar, het overleg én een plan van aanpak. Dat is te organiseren, met een overdrachtsdossier dat verder gaat dan een vinkje bij "taakgericht", en met tijd die daarvoor structureel wordt vrijgemaakt in plaats van erbij.
Stel dat jij elk jaar opnieuw moest solliciteren naar je eigen baan? Dat een nieuwe leidinggevende zei: ik wil eerst zien wat je kan, we beginnen met een schone lei. Dat je kwaliteiten, je ervaring, alles wat je al had bewezen, gewoon weer ter discussie stond. Je zou protesteren. Nova en Mila krijgen dat elk schooljaar opnieuw voor hun kiezen, en voor hen is protesteren nog geen optie. Dat laten ze thuis zien in hun uitdagende gedrag.
Hoogbegaafde leerlingen solliciteren elk jaar opnieuw naar gezien worden
Elk nieuw schooljaar begint voor een hoogbegaafde leerling niet bij een schone lei, maar bij een nieuwe sollicitatie. Een nieuwe leerkracht/docent die nog niet weet wat er speelt, een nieuwe klas waarin diezelfde aanpassing weer van voren af aan begint, en opnieuw het risico dat wat vorig jaar eindelijk gezien werd, dit jaar weer onzichtbaar is. Het kind is niet veranderd. De erkenning moet blijkbaar elk jaar opnieuw worden verdiend.

